“Ni zievere, speile !”: zo spreekt nen brusseleir

Parlons brusseleir

De clásico, dat is Brussel versus Luik. Een van de beste manieren om je voor te bereiden op deze wedstrijd en om in de juiste stemming te komen, is door Brussels te leren spreken... Begin al maar met dit kleine Brusselse voetbalwoordenboek!

  1. Cassis Adams, Den Bombardier, Poep Hanon, Polle Gazon…

In de jaren twintig van de vorige eeuw draaide het team rond één man: Fernand Cassis Adams, de eerste spits van Sporting die het schopte tot international. Zijn bijnaam Cassis is het resultaat van de samentrekking van Kas, wat 'doel' betekent in Brussels en het verkleinwoord Ciske, dat zijn moeder gebruikte om hem te onderscheiden van zijn neef.

Dan was er nog Jef Den Bombardier Mermans, die in de jaren vijftig van de vorige eeuw werd beschouwd als de beste Europese spits en de bijnaam kreeg voor zijn krachtig schot. Of Polle Slalom of Polle Gazon (alias Paul Van Himst). De beste speler van de 20e eeuw, had zo'n controle over de bal dat hij heel gemakkelijk tussen verschillende tegenspelers kon slalommen en ze in het strafschopgebied in de fout dwong. Vandaar de twee pseudoniemen...

En niet te vergeten: de middenvelder Pierre Poep Hanon, die zijn bijnaam te danken heeft aan twee dingen: het door zijn vader gerunde café Le Poep en zijn poppenachtige stijl.

Het zijn uiteindelijk deze spelers (en tientallen anderen, zoals Swat Van Der Elst, Gille Van Binst, Robbie Rensenbrink, enz.) die de rijke geschiedenis van de club hebben gesmeed, waardoor de fans Dikkenekke (mensen met een zeker ego) kunnen zijn!

  1. « Ni zievere, speile ! », zeit den Tuveneir

Ouderen kunnen zwanzeur Raymond Goethals nog steeds horen schreeuwen langs de zijlijn: "Ni zievere, speile!"(Stop met ruzie maken, spelen voort!) of "Huug speile! "(Speel hoger!)

Deze Brusselse zwanzeur heeft veel bijnamen gekregen: "Raymundo", "Raymond-la-science", "de Belgische tovenaar" en "de tovenaar". In Brussel was het den Tuveneir (de tovenaar).

  1. Le Grand Jojo : “'k aa een witte-mauve moesj”

Wist je dat het lied van lange Jojo bestaat in "Brussels Frans" en "Brussels Vlaams"?

In het Brussels Vlaams begint het lied, opgedragen aan Anderlecht, met: “Ik was mo just e joer en 'k aa een witte mauve moesj”. Ce qui correspond à peu près à :

  1. Pateike, tricoteire, mankepuut, doeijker, kapper, dikke klet…

Een Brussels Ketje apprecieert geen komedie op het veld.

Ne pateiken, het is een speler die met zijn been sleept of doet alsof hij pijn heeft. Als hij mank loopt, kan hij ook een mankepuut worden genoemd. Op dezelfde manier is nen doeijker een speler die zich gemakkelijk laat vallen, vooral bij het naderen van de grote rechthoek van de tegenstander.

Van een speler die gemakkelijk schopt, zal gezegd worden dat hij ne kapper is. Die zijn best voorzichtig, want ze riskeren op elk moment de geile kout of de ruu kout (gele of rode kaart).

Wanneer een speler met de bal in de knoop ligt, is hij aan het tricoteire.

En natuurlijk is voor de dikkenek van Anderlecht elke tegenstander een dikke klet (een grote nul) die hij elke keer als hij wil spreken, de mond snoert: Jan maan kluut (hou je mond, idioot).

  1. Vlammen, ne goal mâchéne, derden thème

Een flave pass (une slechte pas), dat kan gebeuren. Maar een supporter ziet liever spektakel: een vlam van een goal machène (een krachtig schot van een speler die veel goals maakt), bijvoorbeeld. Met veel power schieten is dus vlammen, of nen obus schete.

En na de match, leve den derde thème! Leve de derde helft!

 

We bedanken David Steegen, Kevin Van Doorslaer (alias Kevin Le Forain), Thierry Van Nieuwenhuyse (alias Tichke van de Facebookpagina Brusselstvchannel), Kurt Deswert en Jan Gatz voor hun medewerking.

Lees verder

Onze ploeg voor #EUPAND. Come On You Mauves! 🟣⚪

line-up eupen
Anouar Ait El Hadj
De jonge Anouar Ait El Hadj vertelt zijn verhaal aan de hand van belangrijke locaties uit zijn leven. Van het Agorapark in Molenbeek tot het Lotto Park: maak kennis met een echte Sporting Boy van de generatie van 2002.