Fernando Canesin Matos was al een belangrijke pion in het beloftenelftal van coach Geert Emmerechts die afgelopen seizoen kampioen speelde, maar na zijn opvallende prestatie tijdens de laatste play-off match tegen Lokeren halfweg mei, veroverde de jonge Braziliaan al snel de harten van alle Paars-Wit supporters. Dit seizoen, 2011-2012, maakt hij deel uit van de A-kern van Sporting Anderlecht. Een kennismaking.
17 was Fernando toen hij in 2009 op Anderlecht neerstreek. “Ik ben beginnen voetballen op mijn vierde”, begint hij zijn verhaal. “Toen ik 17 was, werd ik in Brazilië opgemerkt door scouts van Anderlecht en twee maand naar Brussel gehaald voor een test. Die was bevredigend en in januari kreeg ik een contract voor zes maanden. En daarna werd ik uiteindelijk ook definitief overgenomen.”
Al liep het niet meteen van een leien dakje voor de Braziliaan. “Ik raakte in februari 2010 zwaar geblesseerd aan de voet”, herinnert hij zich nog. “Ik moest geopereerd worden en had toen heel veel schrik dat er vroegtijdig een einde zou komen aan mijn voetbaldroom. Maar de operatie verliep goed, na en paar moeilijke weken heb ik herpakt en uiteindelijk is - dankzij God - alles in orde gekomen.”

En dan kwam zijn moment : dinsdag 17 mei 2011 om 20u op de grasmat van het Constant Vanden Stock-stadion. “Al toen we nog in het hotel waren, had ik mezelf gezegd : je krijgt de kans, doe er ook iets mee. Ik wou het zo graag goed doen. Ik dacht aan mijn overleden papa, mijn familie en heb die avond echt alles gegeven op het veld”, herinnert hij zich. “Ik denk dat ik het goed gedaan heb, maar goed, die match is intussen verleden tijd. Nu moet ik dat opzij zetten en gewoon blijven werken.”
“Dit seizoen wil ik vooral veel en hard trainen en hoop ik af en toe eens te kunnen spelen. Want een plaatsje bemachtigen in de basiself van Anderlecht is niet simpel. Er zijn veel spelers en die hebben allemaal veel kwaliteiten. Het is en blijft toch de grootste club van België. Ik zal er eerst en vooral alles aan doen om vooruitgang te boeken en dan zien we wel.” Wat zijn nu de grootste kwaliteiten van de Braziliaan ? “Mijn snelheid met en zonder bal, m’n dieptepassen en mijn spelinzicht. Aan mijn linkervoet is echter nog wat werk en soms loop ik ook nog teveel met de bal aan de voet …”

Fernando hervatte eind juni de trainingen met de eerste ploeg. “Alles gaat heel goed en mijn integratie verloopt prima, ik krijg ook veel hulp van ploegmaats. Naast de Brazilianen heb ik een goeie band met Romelu die ik overigens momenteel Portugees leer (lacht) en natuurlijk ook met de andere jongeren uit de kern waarmee ik de voorbije twee jaar al samen voetbalde.” De aanwezigheid van de Brazilianen is overigens vanzelfsprekend ook een pluspunt voor Fernando. “Af en toe mijn eigen taal kunnen spreken doet me goed, ook al probeer ik me uit de slag te trekken in het Frans.”
En zich uit de slag trekken in de taal van Voltaire dat doet hij, dat is wel het minste dat van Fernando kan gezegd worden. “Ik heb veel moeite gehad in het begin met het Frans, maar ik had een heel goede leraar op de club”, glimlacht hij. “Hij was steeds heel geduldig en kalm, hij besefte heel goed dat het voor mijn integratie enorm belangrijk was dat ik het Frans onder de knie kreeg. Drie keer per week kreeg ik twee uur les. Tegenwoordig volg ik nog steeds één uur per week omdat ik mezelf steeds wil blijven verbeteren.”

Fernando speelt bij Paars-Wit met rugnummer 55, niet zomaar een nummer blijkt. “Mijn papa is geboren in het jaar ’55. Hij stierf kort voor ik naar België kwam. Zijn dood was een zware slag voor mij. Heel mijn leven veranderde … Ik wist zelfs niet of ik nog ooit zou voetballen, ik was m’n zelfvertrouwen volledig kwijt. Dankzij mijn familie heb ik toch doorgezet om mijn droom én die van mijn vader te verwezenlijken. Hij wou zo graag dat ik profvoetballer zou worden …”
Familie is iets wat de Braziliaan na aan het hart ligt. Hij mist hen dan ook enorm. “Het gemis is groot, maar ik heb het leren kaderen, ik begrijp het nu. Het zal altijd moeilijk blijven, maar het helpt dat ik steeds trainingen heb en altijd bezig ben. Veel tijd om te tobben is er niet.” En intussen heeft de middenvelder met zijn Braziliaanse ploegmaats ook in België een beetje een nieuwe ‘familie’. Zonder daarbij ook ‘mama Luiza’ te vergeten. “Ze heeft niet graag dat ik het zeg, maar ze is echt wel mijn mama hier in België”, lacht Fernando. “Toen ik hier pas aankwam, kende ik hier niets, ik sprak de taal niet dus was zij mijn stem en sprak ze voor mij. Luiza deed echt alles voor mij. Het is een schitterende vrouw.”
Vorige maand kon de middenvelder even terug naar huis, naar familie en vrienden. “23 dagen ben ik er geweest. Hij was fantastisch om iedereen terug te zien, maar het afscheid viel me heel erg zwaar. Iedereen opnieuw moeten achterlaten was moeilijk. Maar ik weet waarvoor ik het doe, ik maak nu deel uit van de eerste ploeg en mijn familie is enorm blij voor mij.” En zijn droom ? “Profvoetballer worden”, glimlacht hij. “In België hopelijk bij Anderlecht.” En in het buitenland ? “Daar droom ik net als andere spelers van Barcelona, wat zou het fantastisch zijn daar ooit te mogen voetballen …”





